De Geldschepping

Veel onderwerpen bekend uit de macro-economie zijn nog nauwelijks relevant bij kleureneconomie. Eigenlijk moet het hele fenomeen herschreven worden. Heeft u een economische achtergrond dan prijs ik u voor uw doorzettingsvermogen dat u zo ver in dit boek hebt kunnen komen. Vanaf hier wordt het nog erger: we gaan het hebben over de geldschepping en de geldvernietiging.

Veel mensen denken dat geld ontstaat op het moment dat je het “uit de muur trekt”. Het opnemen van contant geld betekent niet dat er op dat moment geld ontstaat. Het geld stond al op je rekening, voor je het kon opnemen. Dus is het al op een eerder moment ontstaan. Maar ook het geld op je bankrekening moet toch ergens vandaan komen? Van mijn werkgever, zult u denken. En die heeft het van zijn klanten. Juist. Maar waar is die lange reis die het geld maakt, begonnen? Wanneer is het voor de eerste keer ergens op een rekening gekomen ?

Volgens de Beglisch-Amerikaanse professor Bernard Lietaer zijn er twee mogelijkheden. Het eerste geval is dat van wederzijds krediet.

Wederzijds krediet

Bij wederzijds krediet is het zo dat als de ene iets verkoopt aan een ander, dat van beiden het saldo op “de bank” verandert. Het totaal van alle banksaldi is in principe nul. Er is dus geen geld in omloop: al het geld is op papier of louter elektronisch. Dit is een systeem dat gemakkelijk via Internet is te introduceren en dat zal dus zeker gebeuren.

Ditzelfde systeem hanteerden we op de studentenflat waar ik jaren woonde. Iedereen had een eigen rekening bij de flatpot. Als je brood of avondeten betaald had, dan schreef je dat op. Je kon ook onderlinge betalingen verrekenen. Om een geleend tientje te vereffenen moet je dan bij de een een tientje bijtellen en bij de ander een tientje aftrekken. Op die manier wordt het totaalsaldo van alle flatbewoners niet beïnvloedt door een onderlinge verrekening.

Gedrukt geld

Voor de geldschepping – en geldvernietiging – gebruiken we de traditionele Maya’s dag buiten-de-tijd: 25 juli. Op deze dag staat onze zon op lijn met de ster Sirius in Orion, ons meest dichtstbijzijnde ijkpunt in de tijd-ruimte dimensie. Onze stellaire klok slaat daar het nieuwe jaar in. U begrijpt: tezamen met het geldstelsel wordt tevens de kalender hervormd, maar dat is op zich een keuze die u zelf kunt maken. Als u nog op de Gregoriaanse kalender zit dan is denk ik 31 december of 30 juni geschikte data zijn. Gedrukt geld

De andere aanpak gaat uit van het drukken van papiergeld en het slaan van munten. Een oud probleem in de kapitalistische (zwart-wit) economie is dat als er teveel geld op de markt is, dat het dan minder waard wordt. Dit probleem heeft Rainbow Trading überhaupt niet: van tevoren wordt een planning gemaakt over de verwachtte oogst en op basis daarvan kan de geldschepping voor het aankomende oogstseizoen beginnen.

Voor de geldschepping – en geldvernietiging – gebruiken we de traditionele Maya’s dag buiten-de-tijd: 25 juli. Op deze dag staat onze zon op lijn met de ster Sirius in Orion, ons meest dichtstbijzijnde ijkpunt in de tijd-ruimte dimensie. Onze stellaire klok slaat daar het nieuwe jaar in. U begrijpt: tezamen met het geldstelsel wordt tevens de kalender hervormd, maar dat is op zich een keuze die u zelf kunt maken. Als u nog op de Gregoriaanse kalender zit dan is denk ik 31 december of 30 juni geschikte data zijn.

Op dat moment onstaat, bottom-up, de totale planning van ons dorpje voor het komend jaar.

ProductRGB
olie6.0006.0000
brood12.00016.0000
bier6.0008.0000
+=
24.00030.0000

De totale omzet van het dorpje bedraagt dus R24000 G3000 B0.

Het dorpje weet wat de totale opbrengst bij benadering zal zijn. De inkomens van alle dorpelingen zullen dus precies R 24000 bedragen. De GFT, water en andere recyclers zullen G 30000 te verwerken krijgen. In dit geval kan een gemeenschap van 10 dorpelingen zorgen voor een jaarinkomen van R 2400 per persoon ofwel 6 per dag. Niet erg veel, maar wat wil je met zo weinig ruimte!

Alle overige producten worden betrokken uit de naburige dorpen die, naast brood elk hun eigen specialiteiten hebben, zoals kaas, wijn, paarden en wat dan ook.

De dorpelingen geven natuurlijk hun eigen geld uit. Ze gaan ervan uit dat het geld 1x per maand omloopt, zodat er R2000 G2250 B0 geschapen moet worden. Ze hebben de mogelijkheid om zelf geld te drukken met een eenvoudige printer of om een boekhouding bij te houden die het wederzijds krediet bijhoudt. Deze mogelijkheid laat de keuze tussen een online systeem via internet of een eenvoudige papier-en-pen administratie.

Al deze moeite om tevoren een planning voor het dorp te maken, is iets dat ze wellicht sowieso zouden kunnen doen. In een ieder-voor-zich economie hoef je natuurlijk niet echt verder te kijken dan je neus lang is, maar als je het samen moet zien te redden met wat je produceert…

Beperkingen

Het bovenstaande voorbeeld heeft nogal wat beperkingen, dus, laten we daar eens kritisch naar kijken.

Het zal u niet ontgaan zijn dat het een erg karig hongerloontje wordt voor de boer en de olieperser. Maar wat wil je, met slechts 0,5 hectare per persoon. Een eerlijk-aarde aandeel volgens de Ecologische Voetafdruk ligt rond de 1,8 hectare per persoon. En wij Nederlanders gebruiken er al gauw 3. We zijn te luxe gewend, we verbruiken eigenlijk meer dan nodig. De uitvinders van de Voetafdruk proberen u een schuldgevoel aan te praten om u tot actie te bewegen. Maar vraag u eens af: wat gebeurt er als de voetbalvelden die ik daar (in Verweggistan) nodig heb, ineens niet meer voor mij klaarstaan?

Het voorbeeld is met opzet een beetje verminkt vanwege de het Blauw-aandeel dat op 0 blijft staan. Dit is een onrealistische situatie. Het doel van het voorbeeld is om te laten zien hoe je de kostprijs van producten in Rood kunt bepalen. Er komen geen typische blauw-producten voor in het voorbeeld, zoals aardolie of aardgas, plastics en geïmporteerde goederen.

Het voorbeeld is dus niet zo ideaal. Geen punt. Het bedenken van meer voorbeelden is iets dat ik graag overlaat aan de praktijk. De voorbeelden die ik van achter mijn bureau bedenk, met wat hulp van tabellenboekjes en publicaties, kunnen niet tippen aan het werk van de echte deskundigen in het veld. Waarschijnlijk snijden mijn getallen voor de zonnebloemolie-productie zo weinig hout dat ze weinig overtuigend zijn voor een vakman. Daarom stel ik dat het aan de vaklui zelf is om te bepalen, wat de waarde zou moeten zijn

Samengevat

Om de “juiste” prijs te bepalen heeft u dus te maken met

  • uw partners met wie u een bedrijfscirkel vormt
  • de energie (kJ) die in het product zit, ofwel de energie die vrij komt bij verval (voeding,compostering,verbranding). Veel producten laten zich opzoeken in tabellenboekjes.
  • de hoeveelheid materiaal (kg) die zal worden gerecycled, volgens de afspraken met uw partners.
  • de hoeveelheid materiaal (kg) die niet zal worden gerecycled, omdat er geen partners voor gevonden konden worden.

Ik ben uitgegaan van de tabellenboekjes voor de verbrandingswaarde van voedingsmiddelen, omdat er in principe net zoveel energie in een voedingsmiddel wordt gestopt door de samenwerking tussen de plant en de zon, als dat er vrijkomt bij de verbranding van het voedsel in het lichaam. Nu is er ook een flink gedeelte van de plant dat niet wordt gegeten, zoals de bladeren en stengels van de aardappelplant. Deze delen tellen dus ook niet mee in de waarde. Deze energie zal vrijkomen op de compostberg in de vorm van warmte. Als u die kunt onttrekken, mag u het meetellen in uw rijkdom. Als u er niks mee doet is het dus verloren energie. Niet echt verloren, want de warmte is nodig voor het composteringsproces !

Het verbouwen van de planten en het vervoeren kost natuurlijk ook energie. Deze is niet meegerekend. Afhankelijk van de gebruikte landbouwtechniek en leefwijze kunnen de productiekosten variëren van 1/10 van de opbrengst tot 10 x de opbrengst. Dit enorme verschil is in feite het verschil tussen de westerse levensstijl en productie volgens permacultuur. Voordat we deze evenwichtige leefwijze kunnen begrijpen, moeten we eerst onze eigen manier van leven doorgronden.